
Wie het grote middeleeuwse plein van Perugia heeft gezien, vindt in de oude stad nog een tweede laag: de schilderijen, de barokkerken, het theater en de lange hoofdstraat waar de hele stad ‘s avonds flaneert. Deze gids behandelt er vier, de Nationale Galerie van Umbrië, de kerk San Filippo Neri, het Teatro Morlacchi en de Corso Vannucci met de Piazza della Repubblica, allemaal op dezelfde wandeling over de heuvel.
De Nationale Galerie van Umbrië (Galleria Nazionale dell’Umbria)
Het belangrijkste kunstmuseum van Umbrië vult de bovenste verdiepingen van het Palazzo dei Priori, met de ingang halverwege de Corso Vannucci, waar de Via dei Priori van de hoofdstraat aftakt. De collectie gaat terug op de Accademia del Disegno, halverwege de 16e eeuw in Perugia opgericht, die schilderijen en tekeningen begon te verzamelen. Ze groeide enorm toen kloosters werden opgeheven, eerst onder Napoleon en daarna onder het koninkrijk Italië, en veel kunst uit Umbrische kerken in staatshanden kwam. In 1863 werd de stedelijke collectie vernoemd naar Pietro Vannucci, de schilder die beter bekend is als Perugino; in 1878 verhuisde ze naar het paleis en vanaf 1918 was het de Regia Galleria Vannucci, de koninklijke galerie.
De kracht van het museum is Umbrische en Midden-Italiaanse schilderkunst van de 13e tot de 16e eeuw, ruwweg in chronologische volgorde. Je loopt van vroege beschilderde kruisen via gotische altaarstukken met goudgrond naar de renaissance en krijgt een helder beeld van hoe de schilderkunst zich in dit deel van Italië ontwikkelde. De route gaat ook door de Cappella dei Priori, de kapel van de stadsbestuurders, die de Perugiaanse schilder Benedetto Bonfigli tussen 1454 en 1480 met fresco’s beschilderde.
- Een groot beschilderd kruis van de Meester van Sint-Franciscus uit 1272 en een Madonna met Kind van de Sienese schilder Duccio di Buoninsegna.
- Het Polyptiek van Sint-Antonius van Piero della Francesca, geschilderd tussen 1467 en 1469, en een polyptiek van Fra Angelico uit 1447.
- Werk van Perugino zelf, waaronder het Polyptiek van Sant’Agostino, en het altaarstuk van Santa Maria dei Fossi van Pinturicchio uit 1496-1498.
- De schilderijen van Benedetto Bonfigli met Perugia zelf, zoals de Inname van Perugia door Totila: ze tonen de middeleeuwse stad met haar muren en torens zoals schilders die in de 15e eeuw zagen.
De kerk San Filippo Neri (Chiesa Nuova)
De grootste barokkerk van Perugia is gewijd aan de Onbevlekte Ontvangenis, maar heet San Filippo Neri of gewoon Chiesa Nuova, de Nieuwe Kerk. De eerste steen werd gelegd in mei 1627 en de kerk was in 1665 klaar, naar ontwerp van de Romeinse architect Paolo Maruscelli. Om plaats te maken werden negen huizen, winkels en kelders gesloopt, samen met een vroege kerk, het 11e-eeuwse baptisterium San Giovanni Rotondo. De travertijnen gevel aan de Piazza Ferri werd tussen 1647 en 1663 gebouwd: twee lagen gescheiden door Korinthische pilasters, een driehoekig fronton en een brede dubbele trap naar de deur.
Binnen hangt boven het hoogaltaar een grote Onbevlekte Ontvangenis van Pietro da Cortona uit 1662. De koepel werd in 1728 door Francesco Mancini beschilderd met de Kroning van Maria, en het gewelf van het schip is van Francesco Appiani, uit 1762. Vroeger bezat de kerk meer: de Hemelvaart van Maria van Guido Reni werd bij de Napoleontische inbeslagnames meegenomen en hangt nu in Lyon, terwijl de Geboorte van Christus van Pietro da Cortona en de Opdracht in de Tempel van Andrea Sacchi naar de Nationale Galerie gingen, waar je ze nu kunt zien.
- Vanaf het plein de dubbele trap en de travertijnen gevel van twee lagen, waar ooit het wapen van de familie Degli Oddi hing tot het in de Napoleontische tijd werd verwijderd.
- Kijk omhoog in de koepel naar Mancini’s Kroning van Maria en dan door het schip naar het altaarstuk van Pietro da Cortona boven het hoogaltaar.
Het Teatro Morlacchi
Het belangrijkste theater van Perugia werd gebouwd tussen juni 1778 en april 1780 en ging open op 15 augustus 1781. Het werd ontworpen door de Perugiaanse architect Alessio Lorenzini voor een vereniging van negentig families die een eigen theater wilden, en heette eerst Teatro Civico del Verzaro. Na een verbouwing door Guglielmo Calderini ging het in 1874 weer open onder de huidige naam, ter ere van Francesco Morlacchi, een gevierde componist uit Perugia.
De zaal is een klassiek Italiaans hoefijzer met vijf rijen loges, 27 loges per rij. Lorenzini zette de hele constructie licht schuin, zodat elk van de stichtende families een eigen loge kreeg. De schilders Mariano Piervittori en Francesco Moretti werkten aan de decoratie; nu heeft het theater 785 plaatsen en wordt het nog altijd gebruikt voor voorstellingen.
- Ga als het kan naar een voorstelling: het interieur van een logetheater uit de 18e eeuw zie je het best vanuit een loge, met zicht over het hoefijzer op de rijen tegenover je.
Corso Vannucci en Piazza della Repubblica
De Corso Vannucci is de hoofdstraat van Perugia en loopt over de heuvelrug van de Piazza IV Novembre naar de Piazza Italia. Vroeger heette hij gewoon Via del Corso; nu draagt hij de naam van Pietro Vannucci, Perugino, die in het nabije Città della Pieve werd geboren. De straat verbindt twee heuvels van de oude stad, de Colle del Sole en de Colle Landone, over een dal dat lang geleden werd opgevuld, en is sinds de tweede helft van de 20e eeuw volledig autovrij. Perugianen noemen hem de salotto buono van de stad, de mooie salon, en ‘s avonds op en neer lopen heet hier fare una vasca, een baantje trekken, zoals in het zwembad.
Onderweg liggen het Palazzo dei Priori met de ingang van de Nationale Galerie, het 15e-eeuwse huis van de middeleeuwse jurist Baldo degli Ubaldi, de ontwijde kerk Sant’Isidoro en het Palazzo Donini uit 1716. Ongeveer halverwege verbreedt de Corso zich tot de Piazza della Repubblica, een goede plek om even stil te staan en het avondlijke flaneren te bekijken. Aan het zuidelijke eind werd de Piazza Italia vernieuwd nadat Umbrië in 1861 bij het koninkrijk Italië kwam; het plein werd de zetel van regio en provincie, wat de rol van de Corso als hoofdas van de stad nog versterkte.
- De Via dei Priori leidt vanaf de Corso een wirwar van middeleeuwse steegjes in, met namen als Via della Luna en Via delle Streghe, de Heksenstraat.
- Aan de andere kant lopen de Via Fani, de Via Mazzini en de Via Danzetta omlaag naar de Piazza Matteotti, tot waar de straat in de middeleeuwen reikte.
Zo zie je ze in één wandeling
Begin bij het Teatro Morlacchi en loop dan naar de Piazza Ferri en de kerk San Filippo Neri. Ga daarna omhoog naar de Corso Vannucci, waar de ingang van de Nationale Galerie op de hoek met de Via dei Priori ligt; trek voor het museum een flink deel van je bezoek uit. Slenter daarna over de Corso naar de Piazza della Repubblica en verder naar de Piazza Italia aan het eind.
Ontdek Perugia met World City Trail
Onze schattenjacht in Perugia maakt van de oude stad een spel dat je op je telefoon speelt. De route verbindt 10 stops, en vijf ervan staan in deze gids: het Teatro Morlacchi, de kerk San Filippo Neri, de Nationale Galerie, de Corso Vannucci en de Piazza della Repubblica. Hij begint bij de Etruskische Boog, komt ook langs de kathedraal San Lorenzo, het Palazzo dei Priori en de Fontana Maggiore, en eindigt in de Via della Viola.
Wil je liever een ander formaat, dan is er in Perugia ook een zelfgeleide wandeltour en een outdoor escape game.
Speel de schattenjacht in Perugia →
Doe de zelfgeleide wandeltour door Perugia →
Speel de outdoor escape game in Perugia →
Feiten gecontroleerd in oktober 2026.
